Oosterschelde Rijnland III

Duiken in de Oosterschelde met de Rijnland III


Duikboot met één ster.

Als nieuwbakken 1*Duiker kun je twee kanten op. Of je vindt het mooi dat je kan duiken, stopt met je opleiding en gaat nog af en toe onder water. Of je gaat, zoals ik, door met leren en op voor je tweede ster. In dat laatste geval komen er nieuwe vormen van duiken aan bod. Zoals een nachtduik, een driftduik, en een duik naar 30 meter diepte. Prima te combineren met een verblijf van 3 dagen op de Rijnland III, een oud vrachtschip dat helemaal ingericht is om met een kleine groep te gaan duiken.

Privacy?
De Rijnland III ligt in de Bergse Diepsluis, de meest Oostelijk gelegen haven van de Oosterschelde, en is met 25 meter lengte één van de kleinste van een dozijn binnenvaartschepen die hier hun ligplaats hebben. Moeten we daar met 10 mensen op slapen? Binnen is het ruim omgebouwd tot één groot verblijf waar de gasten een eigen kooi mogen uitzoeken uit de diverse bedden en een slaapbank. Ik kies voor een hoogslaper boven de ijskast, nu maar hopen dat deze een beetje geluidloos is. Alleen Joke en Frits, de vaste bemanning, hebben in de punt een eigen hut. Wie gesteld is op privacy zal even slikken. Maar ja, die kan sowieso beter niet gaan duiken. Op naar m’n eerste nachtduik.

Going down & out (3x).
Om 22:20 start mijn eerste nachtduik. Boven me staan de sterren, onder me golft het inktzwarte water. Duiken is al onnatuurlijk, maar om zonder daglicht onder water te gaan heeft helemaal iets onlogisch. Volgens mij merkt niemand iets van mijn lichte aarzeling als we overboord springen. Monica is mijn buddy en we zijn ieder gewapend met twee lampen. Alles ok? Yep. Going down! De lampen geven zoveel licht dat alles prima te zien is onder water. Ook die dikke paling die niet de moeite neemt om weg te zwemmen. Je zou hem zo kunnen oppakken. Al na een paar minuten voelt nachtduiken hetzelfde als dagduiken. Dan stopt m’n lamp ermee. Maar geen nood, ik pak m’n backup-lamp. Die geeft weliswaar minder licht maar we zien nog steeds erg veel leven langs de richel; een steile rand die de scheiding markeert van ondiep naar diep water. Kreeften, zeesterren, anemoontjes, grondels en een rode poon komen voorbij, deze laatste is volgens Monica vrij bijzonder. Dan stopt m’n 2e lamp ermee. Weer geen nood, ik krijg de backup-lamp van Monica. We blijven langs de richel en zien dat veel kreeften hier hun hol gemaakt hebben. Sommige kruipen direct weg als we naderen, anderen heffen hun scharen ter verdediging. Best stoer, zo’n kreeftje, je zou het kunnen vergelijken met een bokshouding van mij naar een olifant. Dan stopt voor de derde keer mijn lamp. We duiken zonder buddylijn en hebben nu alleen de lamp van Monica nog. Die moet ik nu niet uit het oog verliezen. Handje in handje (niet te hard knijpen) gaan we terug richting Rijnland III. Na een duik van 50 minuten komen we pal naast de boot boven. Knap van Moon, want oriënteren onder water heb ik maar even overgeslagen. Na het rondje sterke verhalen met de anderen gaat nu bij mij het licht uit, het blijkt prima slapen aan boord.

Heen en weer.
Dag 2 staat in het teken van duiken rond de kentering van eb en vloed. Je gaat dus rond hoog- of rond laag water duiken. Vóór elke duik geeft Frits een uitleg over de duikplek en over wat de mogelijkheden op deze plek zijn. Die uitleg helpt je onder water om te bepalen waar je bent en waar je heen moet. ’s Ochtends duik ik met Thom, een zeer ervaren instructeur en ’s middags met Daniel, onze eigen DTS instructeur. De middagduik heeft meer stroom en begint met afgaand- en eindigt met opkomend tij. De truc is om je mee te laten voeren met die stroom. Dit keer wil ik zelf weten wanneer en hoe we weer terug naar de boot gaan. Dus kompas en tijd goed in de gaten houden. Ik heb nu meer oog voor m’n metertjes dan voor de omgeving. Koers, tijd en snelheid over de grond houd ik strak in de gaten. Na bijna een half uur stopt de stroom en worden we 180 graden de andere kant opgezet, precies zoals voorspeld. Daniel is een relaxte duiker, hij lijkt alleen z’n omgeving te zien. Na weer 20 minuten stroom mee en tijd en kompas gecontroleerd te hebben denk ik dat we terug bij de boot zijn. Hé Daniel, omhoog, sein ik. Daniel vindt het best. Keurig met 1 meter stijging per 6 seconden gaan we richting oppervlak waar ik de Rijnland pal naast ons verwacht. Maar die drijft 300 meter verder, gelukkig benedenstrooms.

Het is maar een spelletje.
Op de laatste dag staat er een driftduik en een navigatie-test op het programma. Bij een driftduik drijf je mee met de stroom en is er geen kentering. Je komt dus op een andere plaats boven dan waar je erin gegaan bent. Frits geeft aan dat we na precies 50 minuten duik boven moeten komen, want de Rijnland ligt dan op de juiste plaats. Tijd keer stroomsnelheid is de afgelegde afstand. Ik duik met Dirk, alweer een ervaren instructeur. Het is dit keer belangrijk om allemaal tegelijk het water in te gaan. Meedrijven met een sterke stroom is best grappig; alles komt bij wijze van spreken voorbij zonder dat je zelf iets hoeft te doen. We zien fuiken, ankers, oesters en kreeften. Als we op de afgesproken tijd omhoog gaan, ligt daar inderdaad de Rijnland. Duiken is zo ook een rekenspelletje. Maar omdat je op deze manier zelf maar weinig doet, krijg je het wel sneller koud. De laatste duik wordt een navigatietest voor mijn 2* opleiding. Ik moet via de ankerketting naar beneden, een rondje om Fritsberg maken en via de ankerketting weer omhoog. Fritsberg is een berg onder water die Frits zelf ontdekt heeft. Hij heeft, naar eigen zeggen, het anker er nu tegenaan liggen. Ik mag Monica’s elektrisch verwarmde onderhemd lenen omdat mijn klappertanden op begint te vallen. Thom neemt me deze test af. Maar hoe moeilijk kan deze toets voor een ervaren zeiler als ik zijn? We gaan onder, de ketting raakt op 20 meter diepte de bodem en op 25 meter diepte vind ik het anker. Als ik tussen 20 en 25 meter blijf en een rondje om de berg zwem kan dit niet fout. Kompas erbij en ik besluit tegen de klok in rond te gaan. Het zicht is echter wel wat minder dan anders. Al snel vraag ik me af of ik eigenlijk wel langs een “bergwand” zwem. Diepte en kompas zijn nu mijn prioriteit en daardoor trim ik slecht. Mijn knieën raken regelmatig scherpe oesterranden en die blijken later lelijk in m’n pak gesneden te hebben. Na 20 minuten beginnen we volgens mijn kompas weer aan dezelfde koers als in het beging dus moeten we rond zijn. Ik ben op 20 meter diepte, maar waar is de ketting? Even kijk ik Thom aan maar die geeft geen krimp. Gewoon even zoeken dus. Thom legt later uit dat de diameter van mijn rondje steeds groter werd. Mijn cirkel heeft zich dus niet gesloten en na nog eens 15 minuten geef ik het op door een “schouderophaalteken” te geven. Thom zwemt vervolgens een richting op die ik niet begrijp maar hij vindt de ankerketting ook niet meer. We gaan naar boven en het blijkt dat we toch heel dichtbij die ketting waren. Gezakt voor mijn navigatieopdracht! Ach, het is maar een spelletje troost ik mezelf. Terug aan boord droogt Monica alle mannen drie keer af met Scrabble. Het is tijd om afscheid te nemen na 7 duiken in drie dagen. Een leerzame en leuke ervaring. En dat tweede sterretje? Dat komt er nog wel.

Erik van den Berg